agenda:  

Expositie

13-04-2024

Oude Stadhuis
12:00 uur

Algemene ledenvergadering

16-04-2024

Oude Stadhuis
20:00 uur

Ridderstraat (2) (HS 26)

We blijven nog even aan de rechterzijde van de Ridderstraat. Het merendeel van deze huizen was in het bezit van het geslacht van Bentem. Ridderstraat 20 was in het bezit van Arnoldina van Bentem omstreeks 1739. Zij bezat vele huizen in deze straat.

Ridderstraat 22 was in het begin van de 17e eeuw de plaats waar de burgemeesters woonden. Hier woonde iemand waar een straat in Hasselt naar genoemd is Willem Egberts (straat). Dit was de eerste burgemeester aan Staatse zijde en heeft als zodanig ook een belangrijke rol vervuld bij de overgang van Spaanse naar Staatse zijde. Aanvankelijk fungeerde hij als burger- hopman en wachtmeester. Hij was de aanvoerder van een groep gewapende burgers uit Hasselt, “Het Burgervendel” genoemd, vanaf 1583. In die tijd was Lephert Schulten burgemeester maar door een niet gevoerd bestuur (Spaansgezind) werd hij in 1587 verbannen uit de stad en mocht later alleen maar in de stad komen om privé-zaken af te handelen. Na 1627 kwam het pand in bezit van burgemeester Bloemerts en hoe kan het ook anders, omstreeks 1738 in het bezit van Frederik Hendrik van Bentem.

Dan zijn we nu bij de Ridderstraat 24, een huis met gotische overblijfselen. Dit was in het bezit van een adellijke familie. Vermoedelijk is de bestemming hiervan een brouwerij geweest. In 1585 schenken Eijlert Bloemers en zijn vrouw Wibbe aan hun dochter Griete, de schuur, het brouwhuis met brouwgerei. Hierbij was vroeger ook een gang naar de Regenboogstraat. In 1627 verkopen Jan (Cornelis) Verdelft en Aelheijda Schulten dit pand aan Hendrik van Munster, heer van Ruinen en zijn vrouw Margaretha van Asewijn. Hierdoor kwam het door verwantschap en erfenis in bezit van de graven Van Rechteren. U ziet dan ook op het huis twee wapens. Het ene is dat van Hasselt, de andere van het geslacht Van Rechteren. Zij woonden er zelf niet, maar verhuurden dit geheel; het grote huis met het zijdehuis. De naam van dit geheel is dan ook de Rechterse Huizen. Het werd vaak aan belangrijke personen verhuurd.

In het midden van de 17e eeuw was het niet mogelijk om te blijven in een klooster bij Hasselt. De geestelijke vrouwen in het Zwartewatersklooster moesten elders hun onderkomen zoeken. Zo werd van 1658 tot en met 1664 de Rechterse Huizen verhuurd aan juffrouw Geertruijt van Bellinckhove, joffer des adelijken stiftes Swarten Water.

In 1775 schonk de Graaf van Rechteren Limburg dit pand aan de stad met het doel dat er een Armenhuis van gemaakt zou worden tot verpleging van wezen en oude en gebrekkige lieden van de Hervormde godsdienst. Deze mensen mochten werk verrichten en zo was er in 1778 een speldenfabriek en een tabaksfabriek gevestigd. Voor reclame voor het rusthuis werd er in kranten geadverteerd. Eén van die reclames was dat iemand op hoog bejaarde leeftijd in het rusthuis was overleden en daarbij werd gevraagd hoe dat mogelijk was? Nu dat kwam door de goede pap die in het rusthuis gegeten werd. (Dit was geen reclame voor het overlijden hoor!). De volgende keer hopen we verder te gaan. © Derk Westerhof

Volg hier de “looproute”